English De Bruijn & Co op LinkedIn

Pijnlijk: dwarslaesie

De bekende gebruikelijk loon regeling van art. 12a Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) zorgt met grote regelmaat voor rechtspraak. Als uitgangspunt hierbij dient een dga die werkzaamheden voor zijn of haar vennootschap verricht een salaris op te nemen van ten minste € 44.000. Tegenbewijs is echter mogelijk. Het overkwam ook een dga die zich als gevolg van een dwarslaesie (!) niet met de dagelijkse gang van zaken van zijn onderneming (een vastgoedonderneming) kon bezighouden. Zijn werkzaamheden bleven dan ook noodgedwongen beperkt tot het nemen van bestuursbesluiten en het controleren van werk van derden. Dat nam echter niet weg dat hij – volgens fiscus en rechter – arbeid in kwalitatieve zin had verricht voor zijn vennootschappen. De man had verder niet aannemelijk gemaakt dat lonen voor vergelijkbare functies lager liggen of gebruikelijk zijn. De Inspecteur had dan ook terecht een gebruikelijk loon in aanmerking genomen van € 44.000. Het moet gezegd: dit is een harde beslissing. Wat u er van kunt leren is dat in omstandigheden waarin een dga (langdurig) ziek is of een lichamelijke beperking heeft u er dus niet zonder meer op mag vertrouwen dat geen of slechts een laag zakelijk salaris opgenomen moet worden. U zult actief op zoek moeten gaan naar vergelijkbare gevallen als u er in overleg met de fiscus niet uit...

Dure golfkilometers

Een dga reed – zoals zoveel van zijn collega’s – rond in een auto van de zaak. Een dure, want de cataloguswaarde bedroeg bijna € 90.000. Je kunt dan te maken krijgen met de bekende bijtelling van (toen nog) 25%. Wie dat niet wil kan een kilometeradministratie bijhouden, waarmee je kunt aantonen dat de auto nauwelijks privé gebruikt wordt. Dat deed deze dga. Hij was in het betreffende jaar 79 keer met zakenrelaties wezen golfen. Dat dit zakelijke tripjes waren geweest (en dus geen golfuitjes met echtgenote of vrienden) was niet in geschil. De daarmee verband houdende kilometers waren gewoon als zakelijk geschreven en voor de bijtelling leek er dan ook geen vuiltje aan de lucht. En toch ging het fout. Het hof wist namelijk dat Nederlandse golfers gemiddeld 17 keer per jaar een balletjes slaan. Daarom werden van de 79 zakelijke golfuitjes er 17 als privé aangemerkt. Daarmee werden ook de bijbehorende kilometers privé, werd de bekende 500-kilometergrens gepasseerd en kreeg de dga de volledige bijtelling van 25% om de oren. Dat kostte hem (bij een tarief van 52%) € 10.885. Netto! Deze beslissing kan nog heel nare gevolgen gaan krijgen. Let dus heel goed op met dit soort kilometers met een gemengd...

Naar de rechter voor drie euro!

Bij parkeerbelastingen kunnen de emoties hoog oplopen, ook als het niet om groot geld gaat. Zo ook in een zaak waarbij iemand een naheffingsaanslag parkeerbelasting kreeg opgelegd. Tegen deze belastingaanslag werd bezwaar gemaakt, en dat bezwaar werd toegekend. De aanslag ging van tafel en er werd ook nog een proceskostenvergoeding toegekend van € 246. Een veelvoud van het bedrag van de belastingaanslag overigens. Probleem was dat voor die kostenvergoeding men de tabel van vorig jaar had gebruikt: de vergoeding bedroeg inmiddels geen € 246 meer maar drie euro meer: € 249 dus. Belanghebbende liet het er niet bij zitten en stapte naar de rechter. Voor drie euro! De rechter kon niet anders dan mevrouw haar drie euro toekennen, maar kon niet nalaten op te merken hoe hij over de gang van zaken dacht. Een telefoontje of briefje had meer voor de hand gelegen dan een procedure, zo vond hij. Uiteraard had belanghebbende in deze zaak weer recht op een vergoeding voor de door haar gemaakte proceskosten. De rechter kwalificeerde het belang van de zaak als ‘zeer licht’ en kwam zodoende uit op een vergoeding van € 125,25. Of tegen die beslissing weer beroep is ingesteld, is niet bekend...

Optimaal beleggen in box 3

Vanaf 2017 is het systeem van belastingheffing in box 3 op de schop gegaan. Er zijn wat hogere vrijstellingen gekomen, en voor de wat grotere vermogens gaat – bij een gelijkblijvend tarief van 30% – het (overigens niet voor tegenbewijs vatbare) forfaitaire rendement omhoog, waardoor per saldo veelal meer belasting verschuldigd zal zijn. Alle reden dus om extra alert te zijn op de hoogte van uw box 3-vermogen op de peildatum van 1 januari 2019. Er zijn nog steeds verschillende mogelijkheden om het belastbare vermogen omlaag te krijgen. Hieronder laten we zien hoe u dat doet.   Fiscaalvriendelijke beleggingen Al weer enige tijd geleden is de vrijstelling voor maatschappelijke beleggingen en het verstrekken van venture capital (durfkapitaal) komen te vervallen. Wel is er een vrijstelling voor groene beleggingen. Onder groene beleggingen wordt verstaan: aandelen in, winstbewijzen van en geldlening aan aangewezen groene fondsen. De vrijstelling bedraagt maximaal € 57.845. Bij ‘fiscale partners’ – zoals echtgenoten – mag het bedrag verdubbeld worden. De maximale verhoging van het heffingsvrije vermogen komt daarmee op maximaal tweemaal € 57.845 is € 115.690.   Let op: naast de verhoging van het heffingsvrije vermogen geldt voor de groene beleggingen nog een extra heffingskorting van 0,7% over het vrijgestelde bedrag. De heffingskorting mag worden afgetrokken van de te betalen belasting.   Algemene vrijstelling voor iedereen Van het totale vermogen van de belastingplichtige is voor 2018 € 30.000 per persoon vrijgesteld. Voor fiscale partners wordt dit bedrag verdubbeld. Dit wordt het ‘heffingsvrije vermogen’ genoemd. Maar daarna komt u over uw vermogen inkomstenbelasting aan het betalen! En dat is helaas vaak meer dan de daadwerkelijk behaalde opbrengst van dat vermogen.   Sinds...

Eindejaarstips

Maak nu gebruik van de fiscale mogelijkheden. Voor veel regelingen betekent dat: actie ondernemen vóór 31 december van dit jaar. Onze eindejaarstips helpen u daarbij.   Tips voor particulieren   Schenkingsvrijstellingen 2018 Hebt u de belastingvrije schenkingen aan kinderen, kleinkinderen en goede doelen al benut? De vrijgestelde bedragen voor 2018 zijn als volgt: jaarlijkse schenking door ouders aan kinderen: maximaal € 5.363 per kind; eenmalige schenking aan kinderen (of hun huwelijkspartner of hun geregistreerde partner): maximaal € 25.731 per kind. Het kind moet tussen de 18 en 40 jaar oud zijn (op de veertigste verjaardag schenken is dus te laat!) en vóór 1 maart 2019 moet er een schenkingsaangifte worden ingediend (waarin een beroep wordt gedaan op de vrijstelling); ‘overige verkrijgers’ (zoals kleinkinderen): maximaal € 2.147 per persoon of instantie per kalenderjaar. De bekende en zeer populaire eenmalige belastingvrije schenking van € 100.800 voor – kortgezegd – de eigen woning was afgeschaft, maar is inmiddels (vanaf 2017) weer terug van weggeweest!   Bijzonderheden: de eenmalige schenking aan kinderen kan met € 27.871 belastingvrij verhoogd worden van € 25.731 naar € 53.602, als het kind de schenking gebruikt voor het kopen van een huis of het betalen van een studie. In het laatste geval moet de studie minstens € 20.000 per jaar kosten. De vrijstelling mag niet worden gebruikt voor het aflossen van een bestaande studieschuld. De vrijstelling mag daarentegen wel gebruikt worden voor het aflossen van een eigenwoningschuld; schenkingen aan goede doelen (zoals kerkelijke en charitatieve instellingen) zijn vrijgesteld van schenkbelasting. Hoe hoog het bedrag ook is. Het goede doel dient echter wel officieel erkend te zijn, door middel van een zogenaamde ʻAnbi-verklaring’. Zonder zo’n verklaring is...

Goedkeuring bij eigenwoningverleden

De bekende bijleenregeling (met de bijbehorende eigenwoningreserve) is eigenlijk een logische en eenvoudige regeling. De verkoopwinst van je woning moet gebruikt worden voor de financiering van je volgende woning, op straffe van het (gedeeltelijk) verlies van je renteaftrek. Maar de werkelijkheid is altijd gekker dan wat een wetgever kan verzinnen. Zo levert de huidige wettelijke regeling problemen op als mensen een relatie krijgen en samen een huis kopen. Om ongewenste resultaten in die situatie te voorkomen heeft de staatssecretaris in een recent besluit een aantal goedkeuringen gegeven. Zo is goedgekeurd dat de beide partners het eigenwoningverleden gelijk (‘bij helfte’) verdelen en daarna de individuele eigenwoningschuld en het eigenwoningverleden bepalen. De goedkeuring geldt vanaf 2013 en onder de navolgende voorwaarden: –          Partners kopen de eigen woning aan en gaan de schulden hiervoor aan in de verhouding 50%-50%. –          Beide partners doen een beroep op deze goedkeuring door de eigenwoningreserve en de eigenwoningrente overeenkomstig deze goedkeuring in de aangifte op te nemen. Een keuze is niet vrijblijvend, want deze geldt ook voor latere jaren! Wie een andere verdeling wil van de eigendoms- en schuldverhouding dan fifty-fifty valt niet onder de werking van dit besluit, maar kan wel bij de Belastingdienst om een goedkeuring verzoeken. Door de terugwerkende kracht kan het zo zijn dat ook eerdere jaren herzien moeten worden. Als aanslagen over die jaren al onherroepelijk mochten vaststaan kan om ambtshalve vermindering verzocht...