English De Bruijn & Co op LinkedIn

Brexit-vouchers

Hoe de gevolgen van de brexit nu vormgegeven gaan worden is nog onduidelijk. Sterker nog: we weten niet eens of er wel een regeling gaat komen. De kansen op zo’n ‘hard brexit’ lijken aanzienlijk te zijn. Maar ondertussen zitten ondernemers die zaken doen met het Verenigd Koninkrijk met de gebakken peren. Voor sommigen staat het voortbestaan van de onderneming mogelijk op het spel. Voor ondernemers die met de gevolgen van de brexit te maken kunnen gaan krijgen is het goed om te weten dat de overheid via de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) brexit-vouchers ter beschikking stelt. Hiermee kunt u subsidie krijgen voor advies over alternatieve markten en de gevolgen van Brexit voor uw onderneming. Vouchers kunnen worden aangevraagd door Nederlandse mkb-ondernemingen met bestaande economische belangen in het Verenigd Koninkrijk (Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland). Met de voucher kunt u een vergoeding van 50% van de werkelijk gemaakte kosten krijgen, tot een maximum van € 2.500 exclusief...

Transitievergoeding gaat in 2019 omhoog

Met de versoepeling van het ontslagrecht (althans: zo was het ooit bedoeld) hebben we het fenomeen van de transitievergoeding gekregen. De transitievergoeding is bedoeld als een soort van compensatie voor het ontslag, waarbij de werknemer het ontvangen bedrag naar eigen inzicht kan gebruiken, bijvoorbeeld om zijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten door het volgen van opleiding of scholing. Kenmerkend aan deze vergoeding is dat die (anders dan de uitkomst van de bekende kantonrechtersformule) gemaximeerd is. Dit maximum wordt per 1 januari 2019 verhoogd van € 79.000 naar...

Agiostorting: niet zo

Voor mensen met een wat groter bedrag aan spaargeld kan het lonen om dit vermogen onder te brengen in een geldzak-bv. Dit is een vennootschap zonder onderneming maar wel met (vaak aanzienlijke) bedragen aan liquide middelen. Zo’n bv kan het resultaat zijn van een bv die haar onderneming, onroerend goed of voorraden heeft verkocht, maar steeds vaker wordt zo’n bv specifiek opgericht om een spaarbedrag in onder te brengen. Hiermee wordt bereikt dat dit bedrag niet in box 3 wordt belast, waar de belastingdruk vaak hoger zal zijn dan de opbrengst van dit vermogen. In plaats daarvan zal de bv vennootschapsbelasting betalen en de aandeelhouder (afhankelijk van het dividendbeleid) direct of later worden aangeslagen in box 2. Problemen kunnen echter ontstaan als men nog niet beschikt over een bv, omdat deze nog in oprichting is. Dat de bv opgericht moet zijn voor de peildatum in box 3 (doorgaans 1 januari) zal duidelijk zijn, omdat pas vanaf het moment van oprichting de bv eigenaar van de aan haar toevertrouwde middelen kan zijn. Dat ondervond een aandeelhouder die vlak voor de peildatum een bedrag als agiostorting overmaakte naar een derdenrekening van de notaris. Na de oprichting maakte de notaris dit bedrag uiteraard over naar de bv. Volgens Hof Den Bosch bleef – tot de oprichting van de bv – het bedrag tot het box 3-vermogen van de aandeelhouder behoren. De rechter was het met de inspecteur eens dat tot aan het moment van de oprichting van de bv het bedrag het vermogen van de aandeelhouder niet had...

CAP en vaste indexatie bij pensioenen

Op grond van bepalingen in de loonbelasting kunnen een ouderdoms-, een partner- en een wezenpensioen de maxima van art. 18a, 18b en 18c Wet LB 1964 overstijgen voor zover dat het gevolg is van het aanpassen van het pensioen aan loon- of prijsontwikkelingen (de bekende indexatie dus). Aan het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst (CAP) is gevraagd hoe een vaste indexatie vormgegeven kan worden. Het CAP heeft desgevraagd geantwoord dat het toezeggen van een vaste indexatie alleen is toegestaan als deze vaste indexatie een redelijke benadering is van de loon- of prijsindexatie over een reeks van toekomstige jaren. Een vaste indexatie kan dus niet incidenteel worden toegezegd maar alleen over een reeks van toekomstige...

Museumkaart

Houdt het dan nooit op?’ verzuchtte een prominent fiscaal advocaat onlangs nog. Maar nee; het houdt niet op. De informatiehonger van de fiscus kent nu eenmaal – zo lijkt het althans – geen grenzen. Wilde men onlangs nog weten wie zijn of haar auto in welke parkeergarage had neergezet (in verband met de bekende bijtelling natuurlijk), ditmaal wordt er – in kort geding – geprocedeerd tegen de Stichting Museumkaart Nederland. Frequent museumbezoek kan een indicatie zijn van iemands woonplaats (wel of niet in Nederland) maar de stichting hecht grote waarde aan de bescherming van de privacy van haar kaarthouders. Wordt vervolgd dus. De vraag lijkt te zijn of er richting fiscus nog zoiets bestaat als...

Zonnepanelen en WOZ

Zonnepanelen verhogen de WOZ-waarde van uw woning. Althans, dat kan het geval zijn, aldus een recente beslissing van Hof Arnhem-Leeuwarden van 17 april 2018. In het concrete geval leidde de aanwezigheid van zonnepanelen op het dak van de getaxeerde woning tot een hogere WOZ-waarde tot een bedrag van € 3.000. Van belang hierbij is de intentie van de woningeigenaar. Is het de bedoeling (wat meestal het geval zal zijn) dat de panelen op de woning blijven zitten als de eigenaar vertrekt dan worden de zonnepanelen onderdeel van de woning. Het is opmerkelijk genoeg niet van belang of de panelen technisch zonder schade verwijderd kunnen worden. Het gevolg van een en ander is dat zonnepanelen in de regel tot een hogere WOZ-waarde leiden. Inmiddels zijn Kamervragen over deze kwestie gesteld. Het lijkt een kwestie van tijd te zijn voordat de waarde van zonnepanelen uit de WOZ-waarde geëlimineerd zal gaan...